De lineair- en annuïteitenhypotheek waren in vroeger jaren de meest gebruikelijke hypotheekvormen. In de loop van de jaren zijn deze twee hypotheken in de hypotheekadvisering vrijwel volledig verdwenen. Deze worden hier dan ook niet besproken.

Spaarhypotheek.
Bij een spaarhypotheek betaalt u maandelijks naast de rente een bedrag aan premie voor een verzekering.. Een groot deel van deze premie komt in een spaarpot. Hierover ontvangt u een rente gelijk aan het rentepercentage op uw hypotheek. Deze rente wordt toegevoegd aan de spaarpot. Zo krijgt u op de afgesproken einddatum de garantie dat uw hypotheek is afgelost. Het voordeel van de spaarhypotheek is, dat bij wijzigingen in de rente de premie in tegengestelde richting verandert. Hierdoor blijven de maandlasten, ook bij een wijzigende rente, stabieler dan bij de andere hypotheekvormen.

Beleggingshypotheek.
Bij een beleggingshypotheek betaalt u naast de rente ook een bedrag aan premie voor een verzekering. Deze premie komt echter niet in een spaarpot, maar in een beleggingspot. Vaak zijn dit beleggingsfondsen. U krijgt niet de garantie dat op de einddatum het hypotheekbedrag is afgelost. Er kan ook een restantschuld overblijven, of er kan na de aflossing van de hypotheek nog een overschot zijn. Dit hangt af van het resultaat van de beleggingen in de looptijd. De inleg in uw beleggingspot is meestal wat lager dan in de spaarpot omdat de verwachting is dat een belegging op de lange termijn een hoger rendement zal geven dan de rentevergoeding bij de spaarhypotheek.

Aflossingsvrij.
In bepaalde situaties en onder bepaalde voorwaarden kan een hypotheek aflossingsvrij worden verstrekt. In de looptijd van de hypotheek betaalt u alleen rente en geen aflossing. U blijft dus levenslang rente over deze hypotheek betalen. De aflossingsvrije hypotheek kent de laagste lasten omdat er in de maandlast geen inleg ten behoeve van aflossing voorkomt. Van belang bij een aflossingsvrije hypotheek is dat u zich ervan overtuigd dat u de lasten in de toekomst kunt blijven betalen, ook na bijvoorbeeld pensionering of na 30 jaar, wanneer de rente niet meer aftrekbaar is.

Premie voor een uitkering bij overlijden.
Zowel bij de spaarhypotheek als bij de beleggingshypotheek maakt de premie voor de uitkering bij overlijden vaak standaard onderdeel uit van de verzekering.

Combinaties.
De hiervoor genoemde hypotheekvormen kunnen ook met elkaar gecombineerd worden. Zo stelt u ook hier weer de voor u meest geschikte hypotheek samen.

Nieuw.
Bankspaarhypotheek.
Bij een spaar- en beleggingshypotheek spaart u meestal binnen een verzekeringspolis. Bij een bankspaarhypotheek spaart u op een geblokkeerde rekening. Ook hier is een keuze mogelijk tussen de spaarvariant en de beleggingsvariant.
Op een spaarrekening bent u niet verzekerd van een uitkering bij overlijden. Hiervoor is dus een aparte overlijdensrisicoverzekering nodig.

De hypotheekadviseur helpt u tijdens “hét hypotheekgesprek ” inzicht te krijgen in de verschillende hypotheek- en aflossingsvormen en kan deze, in de voor u juiste verhoudingen, samenvoegen tot de, voor u beste, hypotheek.